Zebra-project

Wat gebeurt er tijdens het onderzoek?

Een onderzoeksdag is opgedeeld in verschillende onderzoeksonderdelen. We observeren onder andere spel en ontwikkeling, maar willen bijvoorbeeld ook hersenactiviteit en kijkgedrag van uw kind in kaart brengen. Op deze pagina vindt u informatie over de verschillende onderzoeksonderdelen. 

samen spelenSamen spelen

Ouder en kind

Tijdens het onderzoek zullen we u vragen samen met uw kind te spelen voor een periode van ongeveer 10 minuten. Van het spel wordt een opname gemaakt, zodat we later gedetailleerder kunnen bestuderen hoe het spel is verlopen. 

Psycholoog en kind

Er vindt op verschillende onderzoeksdagen ook een spelobservatie plaats door een psycholoog. Door middel van een aantal standaard spelactiviteiten worden gedragingen uitgelokt gericht op taalontwikkeling, spelgedrag en hoe het kind contact maakt.

Het ontwikkelingsniveau

Om het ontwikkelingsniveau van het kind te bepalen zal de proefleider spelenderwijs een aantal ontwikkelingstaken bij het kind afnemen. We laten baby’s bijvoorbeeld kruipen of een blokje aanpakken en bij peuters kijken we bijvoorbeeld welke woorden zij al begrijpen door hen plaatjes in een boekje te laten aanwijzen. Op deze manier kunnen we inschatten hoe het kind zich ontwikkelt en wat het allemaal al kan. 

Waar kijkt een kind naar?

Eye-tracking

Een ander aspect waar wij in geïnteresseerd zijn is waar kinderen naar kijken als zij bijvoorbeeld filmpjes of plaatjes zien. Kijkgedrag kunnen we meten door de oogbewegingen van de kinderen vast te leggen met behulp van een apparaat dat een ‘eye tracker’ heet. De eye tracker is een soort camera die onder een beeldscherm is bevestigd. Het kind zit voor het scherm, terwijl er plaatjes of filmpjes op verschijnen. De eye tracker meet waar, wanneer en hoe lang het kind op het scherm heeft gekeken. Zo kunnen we bijvoorbeeld nagaan wat voor soort informatie jonge kinderen het meest interessant vinden.   

Activiteit in de hersenen: EEG

EEG Utrecht

We zijn ook geïnteresseerd in de ontwikkeling van de hersenen van baby’s en peuters en hoe zij bepaalde prikkels verwerken. We kunnen de hersenactiviteit meten met behulp van een electroencephalogram (EEG). Hierdoor kunnen we een beeld krijgen van de snelheid waarmee het jonge brein informatie verwerkt, en welke delen van de hersenen daarvoor gebruikt worden. Het helpt ons te begrijpen hoe de ontwikkeling van de hersenen samenhangt met de veranderingen in het gedrag van het kind.

Een onderzoek met EEG gaat als volgt in zijn werk. Terwijl het kind bij de ouder op schoot zit, krijgt het een soort badmuts op het hoofd. In deze badmuts zitten gaatjes die met een beetje gel gevuld worden en waar sensoren in worden geplaatst. De gel zorgt ervoor dat sensoren de hersenactiviteit van het kind goed kunnen registreren. De sensoren meten de kleine stroompjes die onze hersenen produceren als de hersencellen met elkaar communiceren. De sensoren nemen dus alleen iets op en geven geen stroom af. Het onderzoek is niet pijnlijk of schadelijk. Het kind zal de badmuts op het hoofd voelen, maar merkt niets van de meet-sensoren.

Wanneer de badmuts goed op het hoofd zit, gaan we beginnen met het onderzoek. Hierbij mag het kind naar plaatjes of filmpjes kijken op een beeldscherm. Wanneer het onderzoek klaar is, halen we de badmuts weer van het hoofd af. Er zal dan nog een beetje gel in het haar zitten. De haren van het kind kunnen daarna gewassen worden. Wij hebben daar babyshampoo en handdoeken voor.

Activiteit in de hersenen: NIRS (alleen in Nijmegen)

Website NIRS Nijm1

Een andere methode om hersenactiviteit te meten is met behulp van fNIRS (functional Near-Infra Red Spectroscopy). Hierbij wordt gebruik gemaakt van een rubberen hoofdband waar sensoren in bevestigd zijn. Deze sensoren kunnen het zuurstofniveau van de verschillende hersengebieden van uw kind meten met behulp van licht. Hersengebieden die meer licht reflecteren zijn zuurstofrijker en zijn dus actief bij het verwerken van de informatie die uw kind krijgt aangeboden. Tijdens het fNIRS onderzoek zal uw kind bij u op schoot zitten en naar plaatjes of filmpjes op een beeldscherm kijken. Voor NIRS geldt, net als voor EEG, dat het onderzoek niet pijnlijk of schadelijk is. Het kind voelt alleen de hoofdband om het hoofd, maar merkt niets van de meet-sensoren.

NIRS onderzoek wordt binnen het Zebra-project alleen in Nijmegen uitgevoerd

Het opnemen van huilgedrag (alleen in Nijmegen)

Wanneer uw kind 5 of 10 maanden oud is, zal zijn/haar huiltje worden opgenomen met behulp van een audio recorder. Dit kan bijvoorbeeld na een slaapje of wanneer hij/zij honger heeft. Uw kind ligt dan in de box of in een bedje en de audio recorder wordt bij hem/haar in de buurt geplaatst. Gedurende 2 of 3 minuten wordt het huiltje opgenomen. We zullen proberen het huilgedrag gedurende de onderzoeksdag op te nemen. Indien uw kind niet/nauwelijks huilt, kunnen we de recorder meegeven naar huis.

Het opnemen van huilgedrag wordt binnen het Zebra-project alleen in Nijmegen uitgevoerd. 

Speeksel verzamelen

(tót 13 juli 2017)

Binnen het Zebra-project willen we ook het verband kunnen onderzoeken tussen genetische aspecten van ASS en de ontwikkeling van een kind, het (kijk)gedrag, en de hersenactiviteit. Om genetische aspecten in kaart te brengen hebben we DNA nodig. In het Zebra-project wordt DNA verkregen via speeksel. Het speeksel verzamelen we met behulp van een soort lollystokje met daaraan een klein sponsje dat in de mond van het kind wordt gehouden. Dit sponsje neemt het speeksel van het kind op, waarna het speeksel in een buisje kan worden uitgeknepen. Dit zal de proefleider meerdere keren herhalen. Het verzamelen van speeksel is niet schadelijk of pijnlijk. De procedure doet een beetje denken aan tandenpoetsen. 

 

zebra-rechts